Grotemensendingen.

Grotemensendingen.

Ken je die reclame van die grote gele M nog? Van dat kleine ventje wat zelf bestelt en über trots naar zijn vader – althans, ik vermoed dat het zijn vader is, maar aannames zijn dodelijk heb ik onlangs geleerd – wandelt, omdat hij ‘meneer’ wordt genoemd?

 

“Ze zei meneer tegen me”

 

Als je wat jonger bent, is dat ook super cool. Je voelt je namelijk helemaal het einde en het is super gaaf als je een soort van bij de club van grote mensen hoort. Als meisje van een jaar of 9 vond ik het bijvoorbeeld grandioos dat ik mijn limonade met kerstmis uit een wijnglas mocht drinken. ‘Net echt,’ zeiden mijn ouders dan tegen me. En ik maar glunderen van oor tot oor. Blije gup.

 

Hoe ouder je wordt, hoe minder leuk je die club der grote mensen gaat vinden. Op een gegeven moment bereik je namelijk de leeftijd dat je afvalstoffenheffing moet betalen. En gas, water en licht. Dat je blauwe enveloppen op de deurmat vindt. En tot op heden vallen die reuze mee en krijg ik over het algemeen goed bericht dat ik geld terug krijg – winning at life – maar ik vermoed dat er ook een dag komt dat die blauwe envelop en ik iets minder goede vrienden zijn. En wat dacht je van het zorgen voor de wekelijkse boodschappen? Er zijn weleens dagen dat ik dineer met twee kaiserbroodjes omdat dat toevallig het enige blijkt te zijn wat ik in de kast heb liggen. Met een gekookt ei. Inclusief te hoge dosis fipronil. Maar ik leef nog steeds. Dus.

Onlangs bereikte ik de magische leeftijd van 23. Nu hoor ik iedereen van boven die leeftijd denken: ‘meid, je bent nog hartstikke jong. De wereld ligt aan je voeten.’ Klopt ook, oma. Maar dat neemt niet weg dat ik het, meer dan eens, ook lichtelijk benauwd krijg. Gisteren werd er bijvoorbeeld ‘u’ tegen me gezegd. Het is maar 1 letter, maar wel eentje die verdomde lang blijft hangen en aankomt als een mokerslag.

 

Vroeger – lees: drie weken geleden – praatte ik altijd over mijn toekomstplannen met de woorden ‘als ik later groot ben’. De zaterdag van mijn verjaardagsweekend gaf ik mijn grotemensen feest. Halverwege de avond, echter, besefte ik dat de harde waarheid was dat ik officieel bij deze grotemensen club hoor. De morgen die daarop volgde, schrok ik wakker met een kater waar ik vervolgens weer ‘u’ tegen zei. Ik gooide het roer om en besloot goed voor mezelf te gaan zorgen. Voor zolang het duurde, althans. Dat ging in het begin best aardig. Zo heb ik gewoon gemealprept. Is dat een woord? Mealpreppen wel. Mientje mealprept, Mientje en ik mealpreppen. Mientje heeft gemealprept. Mealgeprept.

Maar goed, hier ben ik dan. 23 en een beetje. De klok begint te tikken. Gisteren kocht ik een babybroekje voor mijn collega. Of ja, voor de baby van mijn collega. Mijn eierstokken begonnen spontaan te trillen. 23. Mijn adem stokt bij de gedachte dat ik nog zo’n 6 boeken wil schrijven, zo’n drie kindjes wil baren en ze wil vervoeren in mijn mega fancy bakfiets, bij DWDD wil zitten – aan tafel bij Matthijs, niet in het publiek – en de hele wereld wil zien samen met die vent op dat witte paard die op weg maar mij ergens een redelijk cruciale afslag gemist lijkt te hebben.

 

Klote TomTom’s ook altijd.

 

Ik wil kunnen discussiëren over onderwerpen waar ik nu nog lang geen kaas van heb gegeten en eindelijk eens die concrete mening vormen over politiek in plaats van een eeuwige zwevende kiezer te zijn. Voor alle zekerheid heb ik dan ook al maanden de app van NRC handelsblad op mijn telefoon staan zodat, mocht ik me op de wc vervelen, ik hier eens een kijkje kan nemen en me kan verdiepen in alles wat de wereld beweegt. En verder lees ik De Correspondent. Super leerzaam en volwassen.

 

Toch, als ik nu heel even kijk naar mijn super interessante leven als groot mens, besef ik ook dat ik soms niets liever wil dan heel lang slapen. Om mezelf vervolgens voor de spiegel voor m’n kop te slaan omdat het ‘zonde van de kostbare tijd is’. Die ik ook had kunnen steken in het verdiepen van mijn politieke kennis. Of geinige kattenfilmpjes. En soms kijk ik op zondagavond terug op een weekend waarin vrijwel het enige wat ik gedaan heb, bier drinken en om 3 uur ’s nachts op bed liggen is. Om vervolgens weer een hele week een groot mens uit te hangen. 

Ach weet je, ik kom er wel. Zo weet ik bijvoorbeeld wat het woord ‘summier’ betekent. Dat zei iemand afgelopen week en ik hoefde het niet te googelen. Eenzelfde met het woord ‘epistel’. En verder doe ik ook maar gewoon wat. Net als jij. En soms faal ik hierin grandioos. Zo wilde ik laatst tijdens een netwerkborrel zeggen dat ik het ‘super chill’ vond. Net als een kind van een jaar of 17. Maar ik deed het niet, dus won ik voor heel even in het leven. Maar ook die momenten horen erbij. Welkom bij de grotemensen club. En ze leefde nog lang en gelukkig. Met of zonder te hoge dosis fipronil.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *