Proud to be a kuddedier

Proud to be a kuddedier

De zomer is een favoriet seizoen voor velen. In de zomer staan er een aantal dingen centraal. Festivals rijzen als paddestoelen uit de grond en zijn hèt ideale moment om jezelf van je allerbeste kant te laten zien. Iedereen is mooi. Iedereen is lief. Nieuwe vrienden zijn binnen een oogwenk gemaakt. Het zijn die dagen waarop je in het diepste van je ziel voelt dat je onderdeel bent van één grote familie. Dat èchte groepsgevoel. Iedereen is hetzelfde en gelijk. Heeft dezelfde idealen. En jij hoort erbij. Gelukzalig, niet? Na zo’n festival voel je vaak een licht sluimerende depressie omdat het moment weg is. Die zogenaamde familie ook. En dan ben je plots weer in je eigen wereldje beland waar je ineens weer een individu bent. Moet je je eigen boontjes doppen. Hoe dan?

 

Dat lege gevoel kreeg ik voor het eerst in groep 8 van de basisschool. Je brengt in die periode het overgrote deel van je tijd door met dezelfde mensen. Jarenlang. Dan is het moment daar. De uitslagen van de CITO toets zijn binnen, en ineens realiseer je dat je in een hokje geplaatst wordt. Je beste vriendinnetje mag VWO gaan doen, terwijl jij hokje HAVO vult. Tijdens de diverse klassenfeestjes worden, naast het nodige tonggeworstel, hevige hagepreken gevoerd met klasgenoten. Grienend zit je dan in een kringetje, waarbij je je niet kunt voorstellen dat je deze groep mensen moet gaan verlaten. Dat je ieder je eigen weg gaat. Dat er meer is dan dat. En dat je de kudde verlaat en op zoek moet naar een andere groep mensen waar je bij zou kunnen horen. Jankend zat ik in die groep. Ik kon me niet voorstellen dat ik die mensen nooit meer ging zien. En ik verhuisde ook nog eens naar de andere kant van het land. Eenzaam guppie dat ik was.

 

Het blijft raar. Als maatschappij streven we anno 2017 naar autonomie. Vrij zijn, je eigen keuzes en idealen bepalen en deze naleven. Waarbij het vooral belangrijk is dat je anders bent dan de rest. Alleen dan schijn je het verschil te maken. Uniciteit en je eigen zaken nastreven staan voorop, maar er is een enorme keerzijde. Want die zaken nastreven? Dat kun je niet alleen. Een continue spanning tussen autonomie en eigen belang – ik noem het graag het ‘ikke ikke ikke syndroom’ want dat geeft weer een leuke draai aan dit verhaal – versus collectivistische drang en saamhorig handelen overheerst. Om het verschil te kunnen maken heb je anderen nodig. Of dit nu gaat om het redden van de planeet, het bereiken van een zakelijk doel of het opbouwen van een relatie.

Stel je eens voor dat jij de enige bent die afval scheidt. In je eentje ga jij er ècht niet voor zorgen dat Moeder Aarde van de ondergang gered gaat worden. Sorry to burst that bubble.

Ditzelfde geldt voor (liefdes-)relaties. Zoals ik eerder in dit artikel ook al benoemde, hebben wij als “menspersoon” – ik weet dat dat onjuist Nederlands is maar dat interesseert me niet – het gevoel dat we in ons eentje niet volledig zijn. Dus zoeken we dit bij de ander. Deze ander, moet jou de bevestiging geven. Jou 100 procent maken. Hierbij moet je dan wel oppassen dat je niet in de wij-vorm gaat praten, want dan val je wat mij betreft automatisch in de categorie mensen waar ik plaatsvervangende schaamte voor ontwikkeld heb. “Wij houden van kaas.” Ugh. Sorry voor dit zijspoortje.

Heb je toch weer dat hokjesdenken.

Die drang naar sociale (liefdes-)relaties komt voort uit een prematuur stadium. Als Michelin baby – dat was ik, ja. Heb nog wel wat leuke foto’s – was ik vanaf seconde 1 afhankelijk van mijn ouders. Ik moest er maar op vertrouwen dat er voor me gezorgd werd. Zonder aandacht, zorg en emotionele steun overleeft het menspersoon het niet. Ons wordt namelijk aangeleerd dat afhankelijkheid een noodzakelijk goed is. En heel stiekem zijn we ook gewoon enorme kuddedieren. Niet anders dan een aantal jaar geleden. Sterker nog: met de komst van apps als Instagram is dit alleen maar versterkt. We delen alles met onze volgers, zoeken die bevestiging. Willen de likes, willen de wereld laten zien dat we horen bij een bepaalde community. 867 keer op een dag check je dan die smartphone om te kijken wie nu weer je foto geliked heeft. Blijkt het een fake account te zijn. Fantastische bezigheid.

 

Waarom we in “het Westen” dan toch zo geobsedeerd lijken te zijn door het individu is mij een raadsel. Het ideale voorbeeld is misschien wel de grote trend van het op zoek gaan naar je innerlijke zelf op een bounty eiland in Azië. Het klinkt in principe super autonoom als je besluit alles hier achter je te laten en samen met je backpack op reis te gaan. Ben ik zeker met je eens. Een paar maanden later kom je terug met een hoop haargroei en idealen rijker. Je schaamhaar ingevlochten met van die gekleurde kralen, weet je wel. Je gaat jezelf in Nederland richten op mindfulness, wordt gediplomeerd yoga-instructeur en je brandstof bestaat uit chai tea’s en soja producten. Wat je op zo’n moment niet beseft, is dat je verre van uniek en autonoom bezig bent, maar alsnog meegaat met de meute die exact hetzelfde pad heeft gelopen als jij. Is niet erg. Maar wel de waarheid. Als een koe. En dat zijn ook kuddedieren.



1 thought on “Proud to be a kuddedier”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *