“Ik ben toch meer een binnenmens”

“Ik ben toch meer een binnenmens”

Het busje stopt recht voor mijn deur. Precies zoals ik al dacht. De man achter het stuur kijkt me lichtelijk verbaasd aan. Ik denk dat hij niet vaak een welkomstcomité krijgt. ‘Zit je op mij te wachten?’ Hij heet vast Nico. Of Dennis. Het is wel een Dennis, ja. Heb je een beeld?

Spontaan schiet ik in de lach van deze ongemakkelijke situatie en reageer ad rem. ‘Daar lijkt het nu wel op, ja. Maar je gelooft nooit wat ik heb gedaan.’ Na mijn verhaal – ik moest het tenslotte aan iemand kwijt – vraagt hij of ik nog lang moet wachten, waarop ik aangeef dat ik denk dat er zo wel iemand komt. Liegbeest, je hebt helemaal geen idee. Maar om nou deze vriendelijke man van zijn werk af te houden is ook zo wat. Hij geeft me de twee Wehkamp zakken, wenst me een fijne avond en rijdt verder op weg naar zijn andere bezorgadressen. Bye stranger, bye.

Ja ja, het is weer zo ver. Soms denk ik dat ik oprecht de enige persoon op deze aardbol ben die zoiets voor elkaar krijgt. En er dan nog om kan lachen ook. Anyhow, jullie vragen je je vast af wat ik gedaan heb. Ik heb mezelf compleet buitengesloten. En het is deze keer niet een gevalletje ‘sleutels binnen gelaten maar huisgenootje komt zo thuis’. Deze keer, inderdaad. Want het overkomt me dus vaker. En ik schijn het gewoonweg niet te leren.

Deze is dus speciaal voor mezelf. Als reminder. En voor al die andere chaoten die net als ik alles vergeten. Het vreemde is dat ik nooit iets vergat vroeger. Oké heel eerlijk? Ik heb weleens een bosje sleutels in een pashokje laten liggen toen ik een jaar of 10 was. En misschien ook weleens vergeten iemand terug te appen. Meerdere malen. Sorry daarvoor. 

17:54. De bezorger van mijn gloedjenieuwe garderobe inhoud is zo’n 2 minuten weg. Ik heb in de tussentijd al 6 keer op mijn horloge gekeken. Nu hoor ik jullie hersenen kraken. Want, ‘waarom app je niet gewoon even iemand Charlotte?’. Tegenwoordig heeft iedereen een smartphone, toch? Was het maar zo makkelijk. Want die telefoon, die normaliter niet van mijn rechterhand wijkt en zelfs meegaat naar het toilet, ligt op bed aan de oplader. In huis. Waar ik niet binnenkom. Voel je ’m al?

Op dit soort momenten ben ik ook wel een volhouder. Ik hoop er stiekem op dat één van de bewoonsters van huize Spoor – waar ik woon, red. – binnen enkele minuten thuiskomt van werk. Ik maak er een wedstrijdje met mezelf van. Mensen passeren en kijken stiekem met een scheel oog naar het meisje op de stoeprand middenin een woonwijk. Ik zie het wel hoor. Op zulke momenten kan ik alleen maar in de lach schieten over hoe bizar hilarisch de situatie is. Ijverig turf ik de mensen die tegen me beginnen te praten terwijl ik daar zit. 4 stuks. Best netjes. Eentje grapt zelfs dat ‘ie straks wel wat te eten komt brengen. Ha. Leuk hoor jij. Menspersoon.

18:28. Ik gluur met één dichtgeknepen oog door de gleuf. Die in de deur, ja. De boodschappen wachten beschaafd totdat een zeker iemand ze omtovert in een super dish. Niet eten maakt me cranky, dus ik besluit naar de Julia’s te gaan voor een pasta Carbonara. Eigenlijk zou ik de avond gezond doorbrengen en gaan sporten, maar dat valt volledig in het water. Dinsdag ook al niet geweest. Verdomme Charlotte, waar is je ruggengraat? Om het een en ander te compenseren bestel ik volkoren penne. Voel ik me toch nog een beetje fitgirl. Totdat ik de berg parmezaanse kaas zie die Cheyenne van de Julia’s er bovenop schept. 

Ik vind het geen Cheyenne. Eerder een Suzan. Maar wie ben ik?

Mijn pasta eet ik op op mijn ondertussen redelijk vertrouwde plekje voor de voordeur. Het begint nog gezellig te worden ook. Na een tijd heb ik echter de stoeptegels voor me wel gezien en besluit ik toch maar wat aan de situatie te gaan doen. Shit Charlotte, geef je zó snel op? De buren had ik al geprobeerd, maar je begint je op een gegeven moment toch af te vragen of er geen Godswonder heeft plaatsgevonden en er toch spontaan iemand thuis is. Binnengeslopen terwijl ik naar stoeptegel X zat te staren. Ik bel aan en een meisje doet na lang wachten de deur open. Winning. Nadeel: het betrof een balkon. Net iets te hoog voor deze avonturier. Net iets te weinig ballen om te springen. 

Op dit soort momenten die over het algemeen maar zelden voorkomen – of in mijn geval iets frequenter – besef je ineens dat je eigenlijk bijna niet zonder die iPhone kunt. Hoe dan ook, dit onverwachte moment van mindfulness gaf me ineens de ruimte om daadwerkelijk over de dag na te denken en om me heen te kijken. Ik kom geheel tot rust en begin mezelf er bijna van te overtuigen dat ik dit elke dag even een half uurtje moet gaan doen. Ha. Grapjas. Zou er spontaan een Loesje tegeltje van willen maken.

Je vraagt je af hoe lang het heeft geduurd eer dat ik binnen was? Laten we het houden op een uur of 2. Hoe ik uiteindelijk ben binnengekomen? Ik heb mijn huisgenootje opgezocht op haar werkplek. Waarvan ik alleen maar kon hopen dat ze er daadwerkelijk was. Hoe deed men dit toch vroeger?!



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *