Mijn naam is Charlotte en ik heb socialbesitas

Mijn naam is Charlotte en ik heb socialbesitas

Met mijn rechterduim raak ik het knopje aan. Mijn vingerafdruk wordt herkend en het scherm licht op. Eerst open ik Instagram. Dan Facebook. Lichtelijk verveeld scroll ik door de tijdlijn. Welke, uiteraard, door algoritmes volledig is ingericht op mij als individu. Soms stop ik even om naar een kattenfilmpje te kijken. Waarop ik met mijn driedubbele onderkin zachtjes grinnik. De apps sluit ik af en ik kijk op welke Whatsappjes ik nog moet reageren. Shit, vergeten te reageren. Vlug app ik terug en ik open Facebook opnieuw. Pas na zo’n 10 seconden besef ik dat ik Facebook nog geen twee minuten geleden ook open had staan. Sukkel. 

Vroeger kon ik prima niks doen. Als in, letterlijk, niks doen. Of als in, iets minder letterlijk, een boek lezen. Een serie kijken. En schrijven. Zonder ook maar enige seconde stil te staan bij mijn smartphone. Tegenwoordig is dat op de een of andere manier toch wat lastiger. Ik weet niet wat het is. Zo aantrekkelijk is het ding namelijk niet. En toch vind ik het zo mega interessant. Bovendien maakt het me nerveus. Waarom toch?!

Terwijl ik dit stuk aan het schrijven ben – en we zitten nu op zo’n 198 woorden – heb ik mijn schermpje al 4 keer laten oplichten. Terwijl ik dondersgoed weet dat ik geen appjes heb. En geen mail. En ook geen Snapchats. Maar toch voer ik de handeling uit. Zelfs gedurende een gesprek check je tussendoor toch even snel je telefoon om te kijken of je ‘weer eens belangrijk’ bent. Maar je bent niet belangrijk. Leef nou eens in het nu. Ik besluit de rest van deze schrijfsessie mezelf te verplichten om NIET te klikken. En oh, spontaan voel ik iets wat in de buurt lijkt te komen van OCD.

Is er een dokter in de zaal?

Niet alleen ik heb er last van hoor. Wanneer was de laatste keer dat jij eens een sessie watdanook uitzat zonder je smartphone te checken? Precies. Laatst bracht ik een avondje door in een kroeg. Doe ik wel vaker. Toen mijn gezelschap besloot gebruik te maken van het toilet, besloot ik voor mezelf eens niet op dat ding te kijken. Mijn oog viel op een stelletje wat samen uit eten leek te zijn. Leuk stel om te zien. Het meisje, daarentegen, zat geconcentreerd naar haar beeldscherm te staren. De jongen staarde voor zich uit. Gezellig. Ik hoop voor ze dat het geen eerste date was.

Een week geleden koos ik ervoor een avondje bij mijn ouders door te brengen. Mede omdat mijn moeder waanzinnige lasagne maakt, maar vooral omdat ze een bad hebben. En ik niet, dus ja. Ik kan echter niet eens een kwartier ontspannen zonder de behoefte te voelen dat ik dat apparaat moet checken. Dus heb ik mezelf als test verplicht die telefoon beneden te laten liggen. Zat ik dan. Starend naar die straal water. Fikse straal wel, overigens. Ik draai de kraan uit, welke nog nadruppelt. Elke druppel vormt een groep van kringen welke steeds groter worden. Kringen die vervagen. Na afloop van mijn baddermoment ben ik oprecht een beetje trots. Schandalig. Maar goed, elke stap is er 1.

Tijdens de Apple Inc Security Meeting van 2016 bleek dat een gemiddeld persoon maar liefst 80 (!) keer zijn smartphone checkt. 80 keer. Dat is verdorie veel. Ik besloot zelf de proef op de som te nemen en een app te downloaden – jeetje wat ironisch – welke mijn smartphone gebruik onder de loep neemt. Zonder valsspelen. Resultaat: in 24 uur tijd heb ik 3 uur en 33 minuten op mijn smartphone doorgebracht. 74 keer heb ik mijn telefoon ontgrendeld. Ha. Onder het gemiddelde. That’s a first.

Side note: het vreet enorm veel batterij, want je moet de app op de achtergrond aan laten staan. Bovendien trackt het werkelijk waar alles. Alsof je continu gevolgd wordt zeg maar. Zeer intens.

Wat dat betreft is je smartphone gebruik net als je ochtendroutine. Moeilijk aan te passen, vrij geautomatiseerd. Als een soort robot ga ik in de ochtend te werk om mezelf klaar te stomen voor een nieuwe dag. En als een soort robot is mijn smartphone hier onderdeel van. Misschien zelfs wel één van de hoofdpersonen. Tijd voor die alarmbellen.

Hoe je het ook wendt of keert, technologie gaat een nog veel grotere rol spelen in ons dagelijks leven. Maar misschien zouden we – als in, collectief ‘we’ – eens moeten kijken naar hoe we hier mee omgaan. Hoe we loskomen van die routine. En hoe we ervoor zorgen dat de èchte momenten blijven. Want fysieke communicatie is toch vele malen beter?!



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *