Oh Romeo, where Art Thou? Op Tinder, natuurlijk

Oh Romeo, where Art Thou? Op Tinder, natuurlijk

‘Maar uh, hebben jullie dan nu verkering?’ Het woord verkering alleen al. Fantastisch. Ik slik de restanten van mijn gebakje door en probeer mijn lieve oma uit te leggen hoe het ‘tegenwoordig’ in zijn werk gaat. ‘Och kind, dat begrijp ik allemaal niet hoor. Op jouw leeftijd was ik al getrouwd. Sterker nog, ik was hoogzwanger van mijn eerste kind.’ 

Liefde is iets waar ik graag over praat. Iets wat me toch ook wel een beetje intrigeert. Dit varieert van mijn allereerste liefde – smoorverliefd was ik; werkelijk tot over mijn oren – tot de liefde van anderen. En werkelijk alles daartussen. Liefde is tevens iets wat ons als mensen allemaal bindt. Jong en oud, generatie X of generatie Y, jongen of meisje, man of vrouw. Iedereen is ermee bezig. Geef maar toe. En uiteindelijk zijn we er allemaal naar op zoek. Want dat is toch één van de hoofddoelen in het leven. Die ene persoon vinden waar je lief en leed mee deelt. Een romantisch idee, niet?

Het is iets wat je met de paplepel ingegoten krijgt, de zoektocht naar die ene. Voor sommigen is deze zoektocht van korte duur, voor anderen is het een kruistocht in spijkerbroek. Of in je spijkerbroek, maar net hoe je het bekijkt. Vaak komt de drang naar deze queeste voort uit het idee dat je in je eentje niet de volledige jij bent. Dat er een puzzelstukje mist. Althans, dat is een beetje het idee wat ik er van krijg. Op Bedrock verscheen eerder al een artikel over het ‘verslaafd zijn aan de liefde’ en het gevoel hebben dat je er in je eentje niet in zijn geheel toe doet. Dat verlatingsangst een grote rol speelt in menig leven. En dat samen jong blijven misschien nog wel vele malen belangrijker is dan het fenomeen ‘samen oud worden’. Iets wat, naar mijn idee, een prachtige uitspraak is welke nageleefd moet worden.

Hoe het ook zij, we hebben allemaal vrijwel dagelijks met de liefde te maken. De zoektocht naar liefde is echter in de loop der jaren – wat zeg ik, decennia – lichtelijk veranderd. Understatement, kuch. Met de komst van de smartphone veranderde er sowieso al een hoop. Ineens kon je volle bak met iemand appen tot diep in de nacht. Dit gebeurde dan vaak ook – tot ongenoegen van je docenten op school, waar je spontaan de aandacht niet meer voor had. En dat terwijl vroeger – lees, vroegah – een sms’je per dag naar je verkering voldeed. Dat was het dan. Oké oké, en uren msn’en. Man man man. Wat een tijd.

Toen internet steeds populairder en toegankelijker werd voor de ‘gewone mens’, rezen de datingsites als paddestoelen uit de grond. Dat was hèt nieuwe daten. Nog steeds zijn deze websites aanwezig en, wat me nog het meest shockeert, datingsites voor overspeligen. Want bungeejumpen is niet avontuurlijk genoeg. Hallelujah. Met de komst van apps als Tinder en Happn op de datingmarkt werd het helemaal een mooie bende. De hele dag op zoek naar jouw droomvent door een beetje met je vingers over je beeldscherm heen te vegen. Hoe krijgen ze het verzonnen.

Het mooie van alles vind ik dat dit soort manieren wel schijnen te werken voor velen. Heel eerlijk? Mij niet gezien. Niet meer, althans. Succesverhalen hoor je echter wel in je naaste omgeving. Sterker nog, mijn ouders zijn gelukkig getrouwd door één van deze manieren. Want als iedereen naar zijn of haar schermpje zit te staren de hele dag, hoe ontmoet je anders in Godsnaam die ene? No shit Sherlock, you have a goddamn point.

Waar de zoekplaatsen veranderen, verandert ook het date gedrag. Wanneer je voorheen – lees, de jaren’50 – verkering kreeg na 1 lullig afspraakje, ben je nu vaak aan het daten met eenzelfde persoon tot je een ons weegt. In principe heb je ook alle tijd van de wereld om uit te zoeken of diegene daadwerkelijk bij je past. En precies zoals Jan Geurtz aangeeft in het artikel van Bedrock – lees het nou maar gewoon zo – dien je open te staan voor de verandering. Want je hebt nu eenmaal de zekerheid niet dat het voor altijd is. Maar liefde is mooi. Veel te mooi om het niet om je heen te hebben. En je moet er optimaal van genieten als je het hebt.

Mijn oma vertelt graag over opa. Over hoe ze, toen ze eenmaal verkering kregen, altijd stiekem om het hoekje bij de bakker stonden. Dat oma het noodzakelijk vond om haar beste vriendinnetje te allen tijde mee te nemen wanneer opa en oma samen naar de bioscoop wilden. En hem dan liet betalen – schandalig, oma. Dit soort verhalen vind ik bijzonder om te horen. En ik kan er geen genoeg van krijgen. Of ik zou willen dat het er vandaag de dag ook zo aan toe ging? Nee, dat is in onze maatschappij bijna niet haalbaar. Maar is dat erg? Ook niet. Want samen jong blijven is het streven. En daar sta ik voor.



1 thought on “Oh Romeo, where Art Thou? Op Tinder, natuurlijk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *