Moes je daar nou intuinen?

Moes je daar nou intuinen?

“Ha Lot, ze zijn er weer hoor!!!” hoor ik mijn moeder door de telefoon roepen. Mijn lieve moeder. De schat. Nu hoor ik jullie hardop denken, ‘wat is er weer?, in godsnaam, vertel het me Charlotte’. Het leuke van alles is, is dat ik met deze introductie alle richtingen nog op kan. Zo kan ik doelen op de pepernoten die veelal VEUL te vroeg in de schappen van de Kruidvat liggen, of de flared jeans die zijn comeback gemaakt heeft in de modewereld. Wat ik leuk vind, overigens. Snap spontaan niet meer hoe ik ooit skinny jeans heb kunnen dragen.

Geen van beide opties is hier aan de orde. Ik heb het hier namelijk over een rage zo heerlijk. Eentje die heel Nederland laat bewegen. Die rage waarbij ik spontaan verander in die kerel van Eigen Huis en Tuin — hoe heet ‘ie ook alweer? —: het leed wat moestuintjes verzamelen heet, jawel. Zelf heb ik het idee dat mijn geliefde Appie deze actie puur bedacht heeft voor kinderen. Je weet wel, om die kids bij te leren hoe het is om voor iets te zorgen. Iets te zien groeien — of niet, want laten we eerlijk zijn; het gaat nog al eens mis. Zeer praktisch voor de kinderen die geen huisdier mogen. Zo mocht ik vroeger van mama geen wandelende takken, ‘want die deden toch niets’. En dwerghamsters sliepen overdag. Hadden we toen maar moestuintjes. Verdorie. 

Anyway, ik herbeleef mijn jeugd met deze fijne actie en spaar ze allemaal. Oprecht, allemaal. Sterker nog; ik heb mensen die ze voor me sparen. Mijn moeder, bijvoorbeeld. Eigenlijk is het heel sneu. Maar laat me vooral even genieten van het moment.

De weken gingen voorbij en de tuintjes groeiden als kool. En nu hoor ik jullie denken, ‘waar was die kool dan?’ Ha. Bij elk klein groen sprietje wat uit de aarde rees en de zon begroette, sprong ik een gat in de lucht. Figuurlijk, dan. Dan breekt de tijd aan waar je als tuinier op hebt gewacht: verpotten. Bij Dille & Kamille schaf je dan van die fancy ogende aardewerken potten aan met een bordje eronder in dezelfde stijl zodat ze perfect passen bij je gloedjenieuwe leven als hovenier in de dop.

Ik kocht nog net geen bakfiets.

Driftig ga je aan de slag met verse potgrond — gewoon zo’n hele zak kopen he — en je gaat er op den duur zelfs tegen praten. Geloof me, dat doe je vanzelf. EN HET WERKT.  

Je maakt een hoop mee met zo’n plantje. Het groeit en groeit, heeft soms nét wat meer liefde nodig dan de andere plantjes of je moet ze nogmaals verpotten omdat het begint te lijken op een gemuteerde berg schaamhaar. Langzaamaan creëer je een jungle van je eigen kamer. Er heeft nog nooit zoveel zuurstof gehangen. Serieus, de Zwitserse Alpen zijn er niets bij.

Het nare van de moestuintjes fase is dat het — evenals elke andere fase — ook weer voorbij gaat. De actie loopt af, sommige moestuintjes vechten hard voor hun bestaan als wortel in de dop en overleven het nét niet. Of bij lange na niet. Noem een zonnebloem, dille, tijm, radijs, goudsbloem, juffertje in ’t groen (wat ís dat überhaupt?!), de kaneelbasilicum, de spinazie en de cavolo nero (weer zo een waarvan je denkt, ‘huh’). Anderen houden lang stand, maar blazen uiteindelijk toch hun laatste beetje adem uit. Noem een zonnebloem, dille, tijm, radijs (…) – ik had ze dubbel. En dan zijn er die tiny few die het uithouden tot het bittere eind.

Het mooie, echter, is dat deze fase toch weer terugkomt. Want laat ik nu net niet de enige die hard fan zijn. Samen met mij een hoop andere goed gemotiveerde tuinbazen in de dop die met smart wachten op het eerstvolgende actiemoment. En tot die tijd? Dan houd ik me bezig met de tiny few die het overleven. En de cactussen van de Dille die ik nog net in leven weet te houden.



3 thoughts on “Moes je daar nou intuinen?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *