Twintigersdilemma: huilen met de afstudeerpet op

Twintigersdilemma: huilen met de afstudeerpet op

7 juli 2016. Als de dag van gisteren. Mijn voor- en achternaam galmen door de veel te grote ruimte van Avans. Er zit anderhalve man en een paardenkop. Ik sta op, trek mijn jurkje naar beneden en begeef me naar het podium. Mijn mentor staat met zijn microfoon klaar en begint het een en ander te vertellen over het proces wat ik de afgelopen maanden heb doorlopen. Ik glimlach kort naar mijn ouders en zusje die een stukje verderop in de zaal zitten. Eigenlijk luister ik maar met een half oor naar hetgeen er over me gezegd wordt.

Na afloop van de bijeenkomst maak ik hier en daar een praatje met wat docenten en medestudenten, om vervolgens met mijn ouders en zusje richting de auto te lopen. De wandeling lijkt eeuwen te duren. Een naar knagend gevoel. Mama vraagt waarom ik zo stil ben. Een brok vormt zich in mijn keel. Ze ziet aan me dat het niet goed gaat. Hoe doet ze dat toch. Bijna balend dat ze me zo goed kent, begin ik te huilen.

Zit je dan, met je 21 jaar. Afgestudeerd en wel. Langs alle kanten word ik gefeliciteerd. Beleefd neem ik alles in ontvangst. Mijn oma was nog nooit zo trots. Mijn ouders kunnen er niet over ophouden. En dan komt die ene vraag. Die vraag waar ik oprecht geen antwoord op weet. Die vraag die, als je het aan mijn zusje zou stellen, ze à la minute het juiste antwoord zou geven. Het juiste antwoord voor haar. Want ik? Ik heb geen idee wat ik wil worden.

Komt ‘ie dan hoor; het typische leed wat het twintigersdilemma heet. Mijn eerste echte. Get ready. Een hoop mensen en instanties hebben zich al over hetgeen wat zich zo mooi ‘de quarterlife crisis’ noemt gebogen. Hierbij hebben we kamp Noord en kamp Zuid; Noord vindt dat wij twintigers ons intens aanstellen en verwend zijn, Zuid is van mening dat sommige twintigers het nu eenmaal niet aankunnen om continu bezig zijn met het vinden van de eigen authenticiteit. Want dáár zijn we allemaal naar op zoek. En in Azië ga je die niet per se vinden.

Nu kan ik me in beide kampen wel vinden. Puur objectief gezien zijn wij twintigers namelijk ook ontiegelijk verwend. Ik ben als 90’s kid opgegroeid met het internet. Vandaag de dag, kan ik dan ook haast niet meer zonder. Daarnaast kunnen we eigenlijk heel veel. Je hebt een dak boven je hoofd, keuzes uit tal van studies, gespecialiseerd of niet. Wil je de wereld over reizen, dan ga je toch lekker de wereld over reizen? Ga je liever drie studies en 6 masters doen? Helemaal prima. Wat je vanavond gaat eten? Elk gerecht is haalbaar of zelfs bezorgbaar; Thuisbezorgd.nl doet het allemaal voor je. Of wat dacht je van de fantastische uitvinding Deliveroo?

Nu zijn bovenstaande voorbeelden wel heel specifiek, maar het is wel de wereld van nu. Materialistisch en individualistisch, dat zijn we. Mooi woord vind ik dat overigens, individualistisch. Ik weet dat ik hier min of meer aan het generaliseren ben, dus neem het me niet kwalijk dat ik je samen met alle anderen over één kam scheer (lekker individualistisch, namelijk).

Bovenstaand neemt echter niet weg, dat onze huidige samenleving veel van ons vraagt. Nu ben ik ook nog eens extreem perfectionistisch, wat niet altijd in mijn voordeel werkt. Bijna nooit eigenlijk. Het continu zoeken naar beter, mooier, grappiger, groter en spannender: Charlotte heet je van harte welkom in 2017.

Het op zoek zijn naar jezelf en hetgeen wat je precies uit je leven wilt halen, is iets waar ik niet heel erg goed in ben. Als kind wilde ik van alles worden; van hoteleigenaresse tot journaliste. Er was nou niets wat langer bleef hangen dan zes maanden. Dus koos ik voor International Business. Want hè, lekker breed; zo kon ik nog alle kanten op.

Vier jaar later en een hoop algemene doch waardevolle kennis rijker, zit ik grienend in de auto op weg naar huis met mijn papiertje in mijn handen. Wat nu? Ik heb geen idee. Het idee dat er voor een moment geen plan is, zorgt voor lichte paniek. Want ik kan toch niet zomaar een gat in mijn cv hebben? En geld voor een reis heb ik ook niet. Doorstuderen dan maar?

En hier zit ik dan, een jaar verder. Een goede baan waar ik veel ervaring opdoe, waarbij het idee om te gaan studeren totaal weggevallen is. Een eigen plek waar ik de ruimte heb om mezelf te ontwikkelen op alle vlakken. Horen jullie nu ook spontaan ‘Een eigen huis’ van Het Goede Doel in je hoofd? Ik wel. Wie had dat gedacht? Heel eerlijk? Ik niet. Het gekke is, dat ik niet wilde gaan werken om één simpele reden: ik vond dat ik nog student moest zijn. Omdat dit van me verwacht werd. Omdat dit normaal is. Maar wat is ‘normaal’? Dat is voor iedereen anders.

Leven volgens een vooraf uitgedacht plan. Stomste ooit. Is tevens haast onmogelijk. En je wordt er niet bepaald gelukkiger van. Ik niet, althans. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan – believe me. Dat is namelijk exact hetgeen wat ik altijd doe. Langzamerhand probeer ik de touwtjes wat los te laten en over te geven aan de spontaniteit. Want wat is een leven zonder spontaniteit? Precies.



4 thoughts on “Twintigersdilemma: huilen met de afstudeerpet op”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *